Van kinds af aan is Rick Kwekkeboom bezig geweest met textiel: de op school geleerde handwerktechnieken als haken, breien en borduren heeft zij altijd ook in haar vrije tijd beoefend en verder ontwikkeld. Later leerde zij ook naaien en, nadat zij voor haar eindexamen een spinnewiel gekregen had, spinnen. De kunstacademie leek te hoog gegrepen, maar de opleiding en later het werk lieten genoeg tijd over voor het ontwerpen en maken van kleding en het vervaardigen van textiele objecten en wandkleden.


Rick's grote ambitie was echter altijd om te leren weven. De basisvaardigheden hiervoor leerde zij in Stockholm, Zweden, waar zij een algemene handwerkopleiding volgde. Haar eerste weefraam kocht zij, weer terug in Nederland, toen zij was afgestudeerd. Met het stijgen van het inkomen groeide de woonruimte en namen daarmee ook de weeftoestellen toe in omvang en uitrusting. Het weefraam werd in 1990 vervangen door een Glimåkra Ideal, waarvan de 4 - schacht paardjesinrichting al snel werd vervangen door een 8 schachts – contramarche. In 2003 werd een Louet Megado met 32 schachten aangeschaft. Hierdoor nam de mogelijkheid voor het toepassen van meer complexe technieken aanmerkelijk toe, al werden door grenzen aan de maximale lengte  van de dobby ketting aanvankelijk maximaal 16 schachten benut.

In 1992 introduceerde Rick Kwekkeboom voor haar textielwerk het label Le Sorbier Textiles. In eerste instantie legde zij zich vooral toe op het verder ontwikkelen van haar weefvaardigheden, waarbij zij zich specialiseerde in shawls die vrijwel altijd op een zijden schering worden geweven.

In 2007 werd de Megado voorzien van een elektronische interface, zodat de op de computer gemaakte ontwerpen rechtstreeks kunnen worden aangestuurd en geen dobby ketting meer nodig is. Hierdoor werd het mogelijk om meer complexe ontwerpen uit te voeren en met materialen te experimenten. Gezien de overzichtelijkheid wordt voor het weefwerk nog altijd vooral gekozen voor shawls (shawls v.a. 2007), ook omdat Rick voor het meer monumentale werk (ook) andere technieken is gaan gebruiken.
De mogelijkheid om in een pand naast haar woning in Amsterdam een atelier in te richten bood vanaf 2013 nl. ruimte voor het uitproberen van iets heel nieuws: vilten. De impulsiviteit die deze techniek toestaat contrasteert op een inspirerende manier met de gestructureerde voorbereiding die voor het weven nodig is. De vilt werkstukken hebben dan ook een heel ander karakter dan het weef- en het meer recente appliqueerwerk.

 

In 2017 verruilde Rick het inmiddels te drukke Amsterdam voor een woning aan de oevers van de Vecht in Weesp. Sinds de verbouwing in 2018 beschikt zij hier op de kap etage over een werkruimte die niet alleen voldoende ruimte biedt aan een weefgetouw en naaimachine, maar ook aan een vilthoek met GrooVi viltmachine. 

Foto's door Valerie Granberg (http://www.valeriegranberg.nl)